dinsdag 17 december 2013

Rust in haar hoofd en tijd in haar zak


Rust in haar hoofd. Dat is wat er gekomen was. Ze had de tijd in haar zak en hij tikte rustig verder.

Een eindeloos kabbelende stroom die slingert, maar waarvan ze het einde niet kon zien. Nieuwsgierigheid naar wat er om de volgende bocht zou komen. 

Ze heeft vertrouwen dat het iets moois zal zijn. Er komt altijd wel iets moois als je open staat om te kijken, maar vooral als er tijd is om rond te kijken.

Achter haar lag een wilde waterval. Zo eentje die er mooi uitziet als je er naar kijkt, maar waarvan je weet dat je er niet in zou willen zitten. Laat staan van boven naar beneden moet geraken.
Ze had het wel gedaan.
Ze had die wilde waterval bedwongen en was er kapot van geweest terwijl ze dat deed. Ze sleurde losliggende takken krampachtig mee terwijl ze wist dat ze moest loslaten. De tijd raasde, minuten telden. Er was geen tijd om te kijken.

Ooit had ze bedacht dat ze altijd moest kiezen voor de beste weg. Dat iedereen dat moest. En dat wie dat niet deed, niet moest zeuren want je had er zelf voor gekozen om het niet te doen.

Ze had hard gezeurd. Ze was doodop geweest. 

Maar het was weer rustig en er was tijd om rond te kijken op het kabbelende stroompje dat de dagen rustig voorbij deed drijven.

Nooit meer die waterval hoor, dacht ze. Maar tegelijk wist ze dat eeuwig kabbelen geen optie was, dan zou de rivier misschien plots droog komen te staan.

Het is meegaan met de stroom. Of met de storm.

Dat, of kiezen voor de kassa van de supermarkt.