zondag 21 november 2010

Oorverdovend gefluister

Ik verbaas me over de betrokkenheid van mensen uit mijn verleden die dankzij Facebook voorzichtig terug in mijn leven zijn gewandeld.

Mensen aan de zijkant, mensen die zelfs eerder vrienden van mijn moeder waren.
Mensen die door de omstandigheden uit het oog zijn verloren.

Deze mensen aan de zijkant verbazen mij keer op keer wanneer ze een sporadisch woordje achterlaten. Ze zijn zo eerlijk en oprecht bezorgd.
Het zijn mensen die ik zonder het bestaan van facebook waarschijnlijk nooit meer zou terug gezien hebben omdat ik dacht dat mijn band met hen niet zo sterk was.
Maar hun oprechte herinneringen en sporadische woorden hebben meer waarde dan de doorsnee bezoeker. Ze gaan recht naar mijn hart.

Het zijn niet je beste vrienden en het zijn ook geen familieleden of collega's. Het zijn mensen aan de zijlijn helemaal op de achterste rij, die met hun gefluister een erg duidelijke boodschap schreeuwen.

"Herinner en wees dankbaar"

En ik ben er zeker van dat dat nou net is wat mijn mama zou gewild hebben.

maandag 8 november 2010

Citaatjesmaker

Eventjes een oude rubriek vanonder het stof gehaald omdat er tegenwoordig toch weer mooie zinsconstructies op tv en radio verschijnen.
 
Zo hoorde ik vanmorgen op de radio een voetballer zeggen: “Als je kijkt welke weken we achter de boeg hebben […]”.
Geweldig toch. Nu ben ik persoonlijk, gezien mijn achtergrond in boten, varen en water, een voorstander van het creatief gebruik van bootonderdelen in zinnen, maar deze uitspraak kunnen we toch niet helemaal goedkeuren.
 
Voor de boeg, achter de rug, simpel as that.
Niet dat ik die persoon wil afschepen, maar zijn zin raakt kant nog wal.
En nu moet ik me excuseren, ik heb namelijk nog wat werk voor de boeg.

vrijdag 5 november 2010

I'll have a marshmallow please!

Tijdens een etentje gisteren kwam het onderwerp geheel toevallig op kamperen.
In het verleden heb ik daar nooit echt veel bij stilgestaan.
Kamperen is kamperen. Legerpotten en pannen, vuurtje maken, tent opzetten en een boomstam waar je rond het vuur kan opzitten. Dàt is kamperen in mijn hoofd.

Maar gisteren stond ik er plots bij stil dat ik eigenlijk nog nooit in mijn leven gekampeerd heb.
Ik zat niet bij de Chiro of de Scouts, ik heb geen familiale kampeergeschiedenis, ik mocht als kind niet alleen buiten in een tent in de tuin slapen en ik mocht ook niet met de tent naar Werchter, al valt dat laatste misschien niet helemaal onder de noemer "kamperen".

Hell, ik heb zelfs nog maar 1 nacht in openlucht doorgebracht en dat was in Australië op een strand en zelfs daar heb ik lang over getwijfeld.

Ik hoorde gisteren mensen vol enthousiasme praten over kamperen en ik besefte dat ik daar eigenlijk niets vanaf wist. En plots vond ik dat jammer.

Bij deze komt het definitely op mijn to do list.
* maar wel niet te lang want ik slaap alleen maar goed in het pikkedonker :-)

(Image: Flickr member pulguita licensed for use under Creative Commons)

donderdag 4 november 2010

In de gloria: de ziekenhuisscene

Oh ja, voor zover u begaan zou zijn met mijn algemeen welzijn, mijn darmonderzoek was goed. Geen onregelmatigheden of poliepen gevonden, dus dat was een hele verademing!

Toch ook een beetje In De Gloria-gevoel daar in het ziekenhuis. Ik moest gewoon naar het daghospitaal, maar ik veronderstel dat ik daar met stip de meest bezochte patiënt op 8 uren tijd ben geweest:
-      Tante nonneke: 2x
-      Vriendin van papa: 2x
-      Papa: 1x
-      Soek: 1x

Soek was er dan nog tegelijk met de papa welteverstaan. Drie jaar lang ben ik erin geslaagd om een ontmoeting te voorkomen. Drie jaar. En net op de dag dat ik half verdoofd in een ziekenhuisjaponneke met open rug (lees: gat) rondloop, ontmoetten beide mannen elkaar.
In De Gloria dus, u begrijpt het.
 
Maar, zoals ik dus al zei, mijn darm is kankervrij verklaard (klinkt best hard als ik het zo zeg) en aldus blijf ik met succes vechten tegen de genetica!

woensdag 3 november 2010

Ik shop of jij shopt?

Ik heb een shop-probleem.
In tegenstelling tot wat u nu denkt: “Fielosophie heeft zich waarschijnlijk voor de zoveelste keer laten gaan en haar creditcard tot diep in het rood laten gaan om met zoveel kledingzakken thuis te komen dat ze een ezel bij de buurman moest gaan huren om al die zakken te vervoeren”.
 
Neen. Jammer.
 
Integendeel eigenlijk. Ik lijk niet meer in staat om te shoppen. De laatste shopping spree beperkte zich tot een gebreide haarband en een muts. Really. En het is nog niets eens koud buiten.
 
De shopping spree daarvoor was een uitstap naar de JBC omdat ik geen zin had om winkels in en uit te stappen in een te drukke winkelstraat. Ik heb me verplicht 1 volledige outfit te kopen, wat ook wonderwel gelukt is, al heb ik daarvoor een uur (!) langs alle rekken lopen staren. En ik ga eigentlijk nooit naar de JBC.
 
Er manifesteert zich dus een probleem. Daar waar ik als puber niet genoeg kon krijgen van al dat geshop, word ik nu al mottig van het idee dat ik door al die rekken van al die winkels moet gaan zoeken. En dan nog eens gaan passen om dan tot de vaststelling te komen dat “het toch niets voor mij is”. Ik kan het niet meer opbrengen.
 
Volgens mij is het een fase hoor. Maar soms wou ik toch dat ik zo’n personal shopper had die voor mij al het werk kon doen. Kant en klare outfits, klaar om te passen, te klasseren of te kopen.
Yes. Zij die zich geroepen voelen, ik wil gerust proefoutfitkonijn spelen.