woensdag 31 maart 2010

Zorgen wohow

Ik moet eerlijk toegeven dat ik dacht dat er na het doorspartelen van heel wat diepe wateren, eindelijk een weg van rozenblaadjes voor mij was uitgestippeld. Dat ik het niet zo groene gras aan de ene kant al te vaak had meegemaakt en dat het dan automatisch tijd was om naar het echte groene gras te gaan. Omdat ik vond dat ik dat verdiende.
 
De rozen bleken echter meer doornen dan bloemen met zich mee te brengen en ik kan het niet laten om mezelf af te vragen hoeveel een mens kan doorstaan op vierentwintig jarige leeftijd. En of dat dit puur zelfbeklag is, excuus daarvoor.
 
Maar ik ben zo moe. Mentaal uitgeput, uitgedacht, uitgepiekerd en tegen teveel muren aangelopen.
Met de bluts en de buil en dat het allemaal wel beter wordt en dat we zo als mens groeien. Ik heb het allemaal al gehoord en op dit moment mag het allemaal ontploffen.
 
Want ik wil mij ook zo graag gewoon eens zorgen maken over mijn afgebroken schoenhiel en dat dat toch nogal eens iets is hé.

donderdag 25 maart 2010

Fielosophie en het geVaar: de ontknoping

U bent bij deze vriendelijk uitgenodigd om samen met mij alhier een stevig vreugdedansje te placeren. Muziek mag en kan naar eigen voorkeur ingevuld worden alsook uw bewegingsritmiek.

De reden voor dit kleine losgehen momentje? Gisteravond kreeg ik eindelijk een mailtje van het VVW met daarin felicitaties aan al de cursisten want dat wij allen met brio geslaagd waren voor het stuurbrevet examen! U kan zich mijn enthousiasme inbeelden.
 
Maar, met brio? Ik geef toe dat het vaagweg een belletje uit mijn saxofoonperiode deed rinkelen, maar in die context kon ik het toch niet helemaal plaatsen. Ik heb altijd gedacht dat “met brio” een muziekschoolterm was.
Heel even dacht ik zelfs dat er een kans zou kunnen bestaan dat “met brio” in Van Dale synoniem zou staan voor “met uitzondering van Fielosophie”.
Maar neen hoor, het is iets met vuur, levendigheid en muziek. Ik ben dat zelfs express weest gaan opzoeken.
Vuur en levendigheid, dat zijn nu exact de woorden die ik voor een staatsexamen zou gebruiken, natuurlijk.
 
Mijn collega cursist mijnheer de betweterige zeventiger is dus ook geslaagd. Ach, ik kan het hem maar gunnen. Al had ik toch ook eens gegniffeld als het niet zo was geweest.
 
En dus is de volgende stap in dit project om praktijklessen te nemen, maar dat is op zich slechts een formaliteit voor mij.
En daarna… Hopelijk een keer geluk met de lotto of wilde weldoeners ofzo.
We zien wel, er is geen haast bij dit project. Wel de voldoening dat ik eindelijk weer iets volledig op eigen initiatief heb kunnen presteren. Los van adviezen of meningen, los van dwang en noodzaak.
Iets van mij, omdat ik dat graag wou. Iets van zelfstandigheid en dromen. Iets van goed gevoel, enthousiasme en vreugdedansjes.

woensdag 10 maart 2010

Citaatjesmaker

Mijn restaurant blijkt ons dit seizoen taalkundig te gaan verwennen want in de aflevering van gisteren hoorden we alweer een prachtige uitdrukking:

“Ge moet zelfzeker zijn van uw stuk”

Deze keer niet van onze Kempense vrienden, maar wel van onze Limburgse copains.
Het is dus officieel, vanaf nu zitten we elke aflevering enthousiast te wachten op een nieuwe samentrekking, aangepaste zegswijze of pleonasme.
U mag gerust ook deelnemen aan deze queeste. Want taalverwennerij is top.

dinsdag 9 maart 2010

Die keer dat ik net niet gecarjacked werd.

In deze tijden van carjackings durf ik in mijn naïviteit en goedgelovigheid al eens te pretenderen dat ik met mijn Golfke van ’98 niet ten prooi kan vallen aan zekere heren overvallers. Audi’s, BMW’s, Mercedessen, ja. Maar toch geen Golfke van ’98. Buiten mijn iPhone en wat euro’s zouden ze toch geen memorabele buit kunnen veroveren. Mijn brandblusapparaat met vervaldatum 2004 niet meegerekend natuurlijk.
Ik rij dus ook altijd met mijn deuren los. Een enkele keer gaan de deuren op slot, maar op jaarbasis is dit zeer verwaarloosbaar.

Ook maandagochtend reed ik zoals gewoonlijk zonder centrale vergrendeling richting werk. Ik zat nietsvermoedend mijn boterhammetjes in de auto op te eten. Dat bespaart me makkelijk 15 minuutjes extra slaap en op een ritje van minimum 1 uur iedere ochtend, durft men daar wel eens tijd voor te hebben.
Ik zat dus nietsvermoedend mijn boterhammetjes te eten terwijl ik voor het rode licht stond te wachten. Licht meeneuriënd met de radio zelfs.
Er zit een zekere rust in mijn ochtendritueel. De route is gekend, ik ben voorbereid op putten in de weg, Stubru houdt me op de hoogte van de file-evoluties. Jawel, rust en zekerheden in mijn ochtendritueel.

Tot ik plots opgeschrikt werd door het opengetrokken worden van mijn autodeur.
Ik had niemand zien komen aanlopen, er had niemand geclaxoneerd, niets, nada, compleet onvoorbereid ging mijn autodeur open. Rust en onzekerheid werden in een fractie van een seconde verbrijzeld door adrenaline en verschrikking.

Eerste seconde: What the fuck?
Tweede seconde: Inschatten situatie – gezichtsuitdrukking van de man naast de auto scannen
Derde seconde: Merken dat de man aanstalten tot praten maakt en luisteren.
...

Dat mijn linkerachterband nogal plat stond. En dat hij dat gezien had omdat hij achter mij reed. En dat ik nog wel kon rijden, maar best toch snel even langs de bandencentrale zou gaan. En toen liep mystery tire man alweer naar zijn auto omdat het groen werd.

“Euh, ja, bedankt he”, riep ik nogal verbouwereerd achterna.

Ik verwacht dat dus niet he, dat mensen mij in de auto komen waarschuwen voor mijn platte band. Misschien omdat ik zelf ook niet bezig ben met de staat van de banden van de auto voor mij. Maar wel bijzonder vriendelijk van mystery tire man. Doch een kleine tip: misschien in het vervolg eerst even op het raampje tikken?

vrijdag 5 maart 2010

Citaatjesmaker

Gisteren met een half oog Mijn Restaurant gevolgd en daar de uitspraak van de week gehoord!
Natuurlijk afkomstig van een Kempische bron, want die zijn nu eenmaal meester in het mergen van spreekwoorden.
Als er iets is wat Soek en ik geweldig vinden op een doordeweekse tv-avond, dan is dat op zoek gaan naar taalkundige treats.

Foutieve samentrekkingen staan hoog in het lijstje en alzo hoorden wij gisteren met Kempische tongval:
“Ik kwam helemaal uit den boom gevallen”!

Goddelijk.

woensdag 3 maart 2010

Fielosophie en het geVaar - les 2

U dacht misschien "Tiens, hoe zit dat eigenlijk met Fielosophie en het geVaar tegenwoordig?". Goed, de kans is groot dat u daarbij niet "tiens" dacht, maar dat bekt nu eenmaal mooi.
Afgelopen zaterdag bevond ik mij wederom in een duf klaslokaal op Linkeroever en ondanks dit voornemen om niet naast mijn vriend de betweterige zeventiger te gaan zitten, kwam ik in exact dezelfde situatie terecht. Er was al een zekere behoudensstructuur opgedoken in onze bankenformatie waardoor iedereen zijn vaste plekje weer uitkoos.
Gevolg: Fielosophie zag de betweterige zeventiger knikkend naast zich neervlijen.

Deze les was mijn vriend niet alleen ongelooflijk betweterig, maar vooral geweldig irritant. Voor zover hij dat nog niet was in zijn betweterige zelf.
Goed, het ging dit keer over navigatie en laat ik hier even de kanttekening maken dat er bij navigatie toch enig denkwerk vereist is. Het is een mix van algebra, gezond verstand en metingen.
Ik verduidelijk dit even met de hoofdformule:
Kompaskoers = werkelijke koers - (stroom) - (drift) - (variatie) - (deviatie).
U, als algebrakenner, snapt het plaatje ongetwijfeld.

Meneer zeventiger had nooit van algebra gehoord en was dus helemaal het noorden kwijt in de minnen en plussen die dan plots door combinatie weer minnen of plussen werden.
Meneer besliste daarom tijdens een oefening gewoon bij mij af te kijken.

Af te kijken hé gasten! Seriously.

Dat moet geleden zijn van in het vijfde studiejaar dat ik ooit überhaupt nog overwogen heb om af te kijken.

De rest van de olijke bende was er ook niet helemaal mee weg, wat mij toch deed twijfelen aan het intellectueel niveau van sommige mensen.
En toen onze docent mij vertelde dat ik fantastische applicaties voor koersberekening kon downloaden op mijn iPhone, vroeg er zelfs een medecursist wat dat juist was een “ifoon”.

Echt. Zotjes.

dinsdag 2 maart 2010

Ik ben een vrouw

Wanneer men op de radio en in het nieuws over de meteorologische lente begint te praten, gaat er een oranje lampje branden in mijn hersenpan.
Oranje, geen rood. Het is slechts een waarschuwingslampje. Zo eentje dat je nog even de keuze geeft om door te doen of toch even te stoppen.
Dit jaar – in tegenstelling tot de twee vorige jaren – ben ik gestopt.
Gestopt met ongezond eten en leven, that is.

Pas op, geen halsbrekende toeren, ik ben niet plots vegetariër of veganist geworden en ik heb ook geen personal trainer ingehuurd. Al zou dat laatste wel tot de mogelijkheden behoren als ik de tijd en middelen daarvoor had.
Nee, niets van dat alles. Ik hou van kleine stapjes in dit geval.
Aldus werd vorige week donderdag met enige nostalgie de laatste zak chips weggeknabbeld en peperde ik mezelf in dat het nu eindelijk eens gedaan moest zijn.
Voornemens tot minder eten en enige sportactiviteiten werden gemaakt.

Ik ben niet van plan om specifiek gezonde maaltijden te gaan koken, maar ben wel van plan om snoepen te reduceren tot ééntje of geentje en wekelijks te sporten.
Mijn werkplek biedt daar een gigantisch voordeel want over de middag of na het werk kunnen we gratis gebruik maken van het fitnesszaaltje.
Geen excuses meer om niet te gaan lopen dus.
Ik hoop binnen een maand of twee daar toch de vruchten van te dragen. Zoniet riskeer ik te vervallen in zetelhangen en zakken chips binnenwerken.

Vrouwen en afvallen. Het blijft toch een jaarlijks euvel. Waarom kan dat toch niet sneller gaan?