U heeft het alvast gemerkt, u was zelfs behoorlijk snel met uw
briefwisseling wanneer u zag dat mijn lidgeld niet meer betaald werd, maar ik
ben opgestapt.
U vroeg zelfs in de briefwisseling of dat een vergissing
kon zijn en dat ik alsnog mijn lidgeld op uw rekening kon storten.
Ik ga dat toch niet meer doen.
Ik had daar zelfs één van uw medewerkers van op de hoogte
gesteld, maar aangezien een reactie uitbleef, kon ik daar ook geen verdere tijd
aan verspillen. Het was nochtans diezelfde medewerker die ik reeds 2 maal moest
contacteren om een antwoord op een vraag te krijgen. Mijn allereerste en enige
vraag ooit tijdens mijn lidmaatschap überhaupt (regelingen bij einde contracten
niet meegerekend). Ik vond dat niet teveel gevraagd.
Nu de gemoederen rond vakbondsacties hoog oplaaien, wou ik
u toch ook graag vanuit mijn standpunt mijn mening meegeven. Ik hoop dat u er
iets aan heeft of dat u er even bij stil zal staan. Misschien ook niet, ik kan
dat begrijpen, u heeft een stakingsactie voor te bereiden die waarschijnlijk
iets belangrijker is dan de mening van een teleurgesteld lid in de
anonimiteit.
Aangezien ik een job in de media uitoefen, zit ik in het paritair
comité van de audiovisuele sector. Niet het beste paritair comité om in te
zitten. U beseft dat gelukkig ook, net zoals u beseft dat er nog heel wat
afspraken moeten gemaakt worden.
Maar ik vraag mij af, hoe komt dat? TV wordt in Vlaanderen
nu toch al een hele tijd gemaakt, laten we kort door de bocht gaan en zeggen
dat sinds de komst van VTM in 1989 dergelijk paritair comité kon opgericht
worden en vanaf toen kon worden uitgebreid. Maar goed, het heeft geen zin om in het verleden te gaan zoeken naar “what
could have been done”.
U vecht en staakt voor jonge werklozen, voor oudere
werknemers en in principe voor ons allemaal. Maar in mijn paritair comité voel
ik daar bijzonder weinig van. TV wordt over het algemeen gemaakt door gedreven,
creatieve mensen. Wij werken 2 maal zo hard (wilt u graag eens meelopen op een
draaidag waarbij je om 7u op de set moet staan en je draaidag uitloopt tot een
uur of 11?) en dubbel zo begeestert als velen van de ambtenaren die tegen hun
brugpensioen lopen in pakweg de VRT, om in de sector te blijven. Opnieuw kort door de bocht, waarvoor mijn
excuses, maar u begrijpt mijn punt.
Toch zijn wij het die maar geen recht verkrijgen op anciënniteitsdagen
en waar het systeem van overuren en weekendwerk niet volgens de regel (die nochtans
is vastgelegd in uw laatste overeenkomst) wordt uitgevoerd. Ik heb u nog nooit
weten staken voor onze rechten, maar goed, wij zijn dan ook maar een relatief
kleine sector, uw woorden. In onze sector heerst ook geen
oh-men-roept-op-om-te-staken-dus-kunnen-we-een-dag-thuisblijven-mentaliteit.
Wij willen werken omdat we wat we doen graag doen.
Sta mij toe om even te veralgemenen en voor mijn generatie
te spreken. Men zegt dat wij een passieve generatie zijn. Dat wij niet op de
straten komen om voor onze rechten te vechten.
Dat laatste is inderdaad waar, wij geloven niet meer in de
massa’s in de straat met bordjes en cassante slogans.
Wij geloven echter wel in confrontatie, maar vooral ook in “wij”.
Want “wij” doen namelijk aan guerilla gardening, wij
richten facebookgroepen en collectieven op, wij vinden vintage, tweedehands en
zelfgemaakt opnieuw uit omdat wij niet perse alles nieuw en duur willen hebben
net omdat de wereld veranderd. De mentaliteit en realiteit is gewijzigd sinds
uw oprichting, mensen willen betrokken zijn en een mening hebben. Mensen hebben
het steeds moeilijker met beslissingen die in hun zogezegd voordeel worden
genomen terwijl zij daar zelf nooit over geconsulteerd zijn.
Ik wou u eigenlijk alleen maar zeggen dat ik mijn ontslag bij
u heb gegeven omdat ik teleurgesteld ben in de vakbonden onzer land. Ik ben begaan
met mijn toekomst en mijn centen waar ik hard en lang voor zal moeten werken,
maar helaas voelt het aan alsof al uw stakingsacties niet de juiste manieren zijn
om oplossingen te verkrijgen. Niet werken om te kunnen werken, het klinkt niet
logisch, toch? Ik wíl werken om te kunnen werken in een aangenaam kader en voor
een aangenaam toekomstperspectief, dus help ons eerder het ouderwetse kader te
veranderen in plaats van vast te houden aan verouderde acties.
Ik zal dus werken op 30 januari, net zoals ik dat op 2
december heb gedaan en ik hoop van ganser harte dat u mij dat niet verhinderd
op één of andere afrit.